Duurzaam inkopen

Wat u inkoopt, bepaalt voor een groot deel uw impact. Zo kiest u leveranciers die uw bedrijf sterker maken.

In dit onderwerp: Duurzaam ondernemen 11

Uw inkoop is vaak uw grootste hefboom

Duurzaam inkopen is kiezen op wat een product over de hele levensduur kost en op hoe het is gemaakt. Met goede afspraken met leveranciers bespaart u kosten en verkleint u de risico's in uw keten. Dat versterkt ook uw positie bij klanten en banken.

Waarom inkoop zo veel uitmaakt

Bij veel mkb-bedrijven gaat een flink deel van de omzet direct door naar leveranciers. Een bakkerij koopt meel, boter en verpakkingen, een installateur warmtepompen en koper. In die producten zitten uitstoot, grondstoffen en arbeid die u zelf niet ziet, maar die wel bij uw product horen.

In klimaattermen heet dat scope 3: de indirecte uitstoot in de keten, naast uw eigen ketel en bussen (scope 1) en de ingekochte energie (scope 2). De eerste van de vijftien scope 3-categorieën van het GHG Protocol is ingekochte goederen en diensten (bron: GHG Protocol, 2011). Bij handel, horeca en productie zit daar vaak een groot deel van de voetafdruk; hoe u dat in beeld brengt, leest u bij CO2-voetafdruk berekenen.

Uw afnemers kijken mee. Grote bedrijven als ASML, Action en Ahold vragen hun leveranciers om emissiedata (bron: Rabobank, september 2026). Wie weet wat er in zijn inkoop zit, beantwoordt zulke vragen snel.

Kijk verder dan de laagste prijs

De goedkoopste offerte is lang niet altijd de voordeligste. Met total cost of ownership (TCO) telt u alle kosten op zolang u een product gebruikt: aanschaf, energie, onderhoud en reparatie, en aan het eind de restwaarde en de afvoer.

Energie en verbruik

Een zuinige koelcel of oven kost bij aanschaf soms meer, maar daarna betaalt u elke maand minder. Vraag naar het verbruik bij normaal gebruik, zodat u offertes eerlijk vergelijkt.

Levensduur en onderhoud

Vraag naar garantie, onderdelen en de reactietijd van de servicedienst. Een machine die stilstaat omdat een onderdeel ontbreekt, is duur, ook als hij goedkoop was.

Restwaarde en afvoer

Over verbrand of gestort afval wordt afvalstoffenbelasting betaald, in 2026 € 40,85 per 1.000 kg (bron: Belastingdienst, augustus 2026). Minder verpakking en retourafspraken schelen dus ook op de afvalrekening.

Soms is kopen helemaal niet nodig: huren of opgeknapte apparatuur zijn voorbeelden van circulair ondernemen. Investeert u in zuinige of circulaire bedrijfsmiddelen, kijk dan naar fiscale regelingen als de MIA en Vamil op de pagina subsidies en financiering voor verduurzaming. En valt u onder de energiebesparingsplicht, dan telt een zuinige keuze daar direct mee.

IMVO in het mkb: wat vragen de OESO-richtlijnen?

IMVO staat voor internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen: zorgen dat er in uw keten geen mensenrechten worden geschonden en geen onnodige schade aan milieu en klimaat ontstaat. Het kader zijn de OESO-richtlijnen, onderschreven door 51 landen en de EU; bij de update van 2023 kregen onder meer klimaat, biodiversiteit, technologie en corruptie een duidelijkere plek (bron: NCP OESO, januari 2024).

De naam spreekt van multinationale ondernemingen, maar de richtlijnen gelden ook voor het mkb. Wel naar verhouding van de omvang van uw bedrijf en de ernst van de risico's. Een groothandel die werkkleding uit Azië importeert, heeft meer uit te zoeken dan een adviesbureau dat laptops en koffie inkoopt.

Due diligence in zes stappen

Due diligence betekent gepaste zorgvuldigheid: risico's in uw keten opsporen en aanpakken. De SER beschrijft daarvoor zes stappen (bron: SER, oktober 2026). Voor een klein bedrijf kan elke stap eenvoudig blijven.

  1. 01

    Leg uw uitgangspunten vast

    Schrijf op wat u van leveranciers verwacht, bijvoorbeeld in een korte gedragscode, en wijs iemand aan die erop let.

  2. 02

    Breng de risico's in kaart

    Welke producten komen uit welke landen, en waar is de kans op schade voor mens en milieu het grootst?

  3. 03

    Stop, voorkom of beperk schade

    Bespreek een risico eerst met de leverancier. Samen verbeteren heeft de voorkeur; afscheid nemen is een uiterste stap.

  4. 04

    Volg of het werkt

    Controleer of afspraken worden nagekomen, via certificaten, auditrapporten of een vast jaarlijks gesprek.

  5. 05

    Vertel wat u doet

    Laat klanten weten welke risico's u ziet en wat u eraan doet, zonder het mooier te maken dan het is.

  6. 06

    Zorg voor herstel

    Hebt u bijgedragen aan schade, dan werkt u mee aan herstel. Een eenvoudige klachtenregeling helpt om signalen op tijd op te vangen.

Tip

Begin met de MVO Risico Checker. Deze gratis tool werkt anoniem: u geeft aan welke producten u uit welke landen haalt en ziet de risico's, met een stappenplan erbij (bron: MVO Risico Checker, oktober 2026). De MVO Wetchecker in dezelfde tool laat zien welke wetten voor uw bedrijf gelden.

CSDDD: geen plicht, wel vragen van klanten

De Europese ketenwet CSDDD is met het Omnibus-pakket flink ingeperkt. Hij geldt alleen voor bedrijven met meer dan 5.000 werknemers en meer dan € 1,5 miljard omzet, en pas vanaf juli 2029 (bron: Raad van de EU, februari 2026). Nederland werkt aan een eigen wet om de richtlijn in te voeren, met de ACM als beoogde toezichthouder (bron: RVO, april 2026).

Voor het mkb is de CSDDD dus geen directe plicht. U merkt hem wel: de grote bedrijven die eronder vallen, moeten risico's in hun ketens aanpakken en vragen daarvoor informatie aan hun leveranciers.

Hoeveel mag een grote klant van u vragen?

Ook de CSRD, de Europese regels voor duurzaamheidsverslagen, geldt vanaf boekjaar 2027 alleen nog voor bedrijven met meer dan 1.000 werknemers en meer dan € 450 miljoen omzet (bron: EUR-Lex, februari 2026). Die bedrijven rapporteren over hun keten. Volgens de NBA krijgen mkb-bedrijven zulke vragen steeds vaker, van klanten, bij financiering en in offertes (bron: NBA, juni 2026).

Goed nieuws

Bedrijven met gemiddeld niet meer dan 1.000 werknemers zijn 'beschermde ondernemingen': een rapporterende klant mag hen voor zijn verslag niet meer vragen dan de vrijwillige standaard op basis van de VSME (bron: EUR-Lex, februari 2026). U mag weigeren, de klant moet u op dat recht wijzen en een eigen verklaring over uw omvang is genoeg. Welke gegevens een klant nog wel mag vragen, staat in een Europese lijst die geldt voor boekjaren vanaf 1 januari 2027 (bron: EUR-Lex, september 2026).

De VSME, opgesteld door de Europese adviesgroep EFRAG, heeft een basismodule met 11 onderdelen en een uitgebreide module met 9 extra, en vraagt geen materialiteitsanalyse (bron: EFRAG, juli 2025). De Europese Commissie riep grote bedrijven en financiële instellingen al in juli 2025 op hun vragen zoveel mogelijk op de VSME te baseren (bron: Europese Commissie, juli 2025). Met een VSME-rapport beantwoordt u veel vragenlijsten in een keer; meer daarover bij CSRD en VSME.

Verkopen aan de overheid

Duurzaamheid is ook een verkoopargument. De overheid is met ruim € 116 miljard aan inkopen een grote klant en weegt daarbij maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) mee (bron: PIANOo, oktober 2026). Op 10 juli 2026 verscheen de Agenda MVOI, voluit maatschappelijk verantwoord opdrachtgeven en inkopen, als opvolger van het Nationaal Plan MVI (bron: PIANOo, oktober 2026).

MVI-criteria van PIANOo

PIANOo, het expertisecentrum aanbesteden van de overheid, publiceert MVI-criteria voor 45 productgroepen in drie ambitieniveaus, die elk jaar worden herzien (bron: PIANOo, oktober 2026). Leveranciers kunnen worden beoordeeld op onder meer circulariteit, ketenverantwoordelijkheid, social return (werk voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt) en de milieukostenindicator (MKI), die milieu-impact in euro's uitdrukt. In de MVI-criteriatool ziet u vooraf welke eisen u voor uw productgroep kunt verwachten.

De CO2-Prestatieladder als gunningsvoordeel

Meer dan 300 aanbestedende diensten werken met de CO2-Prestatieladder van SKAO, en meer dan 8.000 organisaties zijn gecertificeerd (bron: SKAO, oktober 2026). De Ladder is een gunningscriterium en geen toelatingseis: een hogere trede geeft een fictieve korting op de inschrijfprijs, in het voorbeeld van SKAO 5, 10 of 15% per trede (bron: SKAO, mei 2026). Een certificaat vooraf is niet nodig; na gunning toont u het beloofde niveau aan.

Versie 4.0 kent drie treden: de eigen uitstoot in scope 1 en 2, de keten, en nul uitstoot in 2050 (bron: SKAO, augustus 2025). Audits volgens de oude versie 3.1 kunnen nog tot 14 januari 2027 (bron: SKAO, september 2026). Voor een installateur of hovenier die voor gemeenten werkt, kan een certificaat het verschil maken met een concurrent die iets goedkoper inschrijft.

Nieuwe EU-regels die uw inkoop raken

Ook zonder verslagplicht kunnen Europese productregels gevolgen hebben voor wat u inkoopt, vooral als u zelf van buiten de EU importeert.

Drie EU-regels voor inkopers

Regel Waar gaat het over? Voor wie en vanaf wanneer Wat u kunt doen
Ontbossingsverordening (EUDR) Producten met een risico op ontbossing; de Europese Commissie houdt de productlijst bij Grote en middelgrote marktdeelnemers vanaf 30 december 2026, micro- en kleine vanaf 30 juni 2027 met een eenmalige vereenvoudigde verklaring. Wie verderop in de keten handelt, dient geen eigen verklaring in. Toezicht: NVWA. Vraag leveranciers of uw producten eronder vallen en of de verklaring is ingediend
CO2-grensheffing (CBAM) Uitstoot bij de productie van geïmporteerd cement, staal, aluminium, kunstmest, elektriciteit en waterstof Definitief sinds 1 januari 2026; wie meer dan 50 ton CBAM-goederen per jaar importeert, heeft de status van geautoriseerd CBAM-aangever nodig Houd uw importvolumes bij en vraag de producent om emissiegegevens
Batterijenverordening Regels voor batterijen, waaronder controle op de herkomst van grondstoffen Van toepassing sinds 18 februari 2024, gefaseerd tot 2031 Vraag bij producten met een accu, zoals e-bikes of gereedschap, hoe uw leverancier aan de regels voldoet

Stand oktober 2026 (bron: Europese Commissie, juli 2026; Europese Commissie, oktober 2026; RVO, september 2026).

Voor verpakkingen geldt sinds 12 augustus 2026 de Europese verpakkingsverordening (bron: RVO, september 2026). Wat dat voor u betekent, leest u bij verpakkingen en de PPWR.

Keurmerken slim gebruiken

Keurmerken besparen werk: in plaats van zelf een fabriek te bezoeken, vraagt u om een product met een betrouwbaar keurmerk. Kijk wel naar de kwaliteit. In de EU bestaan zo'n 230 duurzaamheidslabels en bij de helft van de groene labels is de controle zwak of afwezig (bron: Europese Commissie, oktober 2026). Een betrouwbaar keurmerk berust op een certificeringsregeling met onafhankelijke controle of is door een overheid ingesteld, zoals het EU Ecolabel.

De Keurmerkenwijzer van Milieu Centraal beoordeelt zo'n 80 beeldmerken met een score van 0 tot 5 op milieu, dierenwelzijn, mens en werk en controle (bron: Milieu Centraal, september 2025). Neemt u het keurmerk van een leverancier over in uw eigen marketing, check dan uw claim: sinds 27 september 2026 gelden strengere regels voor duurzaamheidsclaims richting consumenten (bron: ACM, september 2026). Bij duurzaamheidsclaims leest u wat wel en niet mag.

Zo begint u met duurzaam inkopen

  1. 01

    Zet uw leveranciers op een rij

    Haal uit uw boekhouding wat u per leverancier en per productgroep uitgeeft.

  2. 02

    Bepaal het risico per land en product

    Haal buitenlandse productgroepen door de MVO Risico Checker. Een hoog risico gaat voor, ook bij een klein bedrag.

  3. 03

    Begin met een productgroep

    Kies een groep waar u invloed hebt. Een restaurant start bijvoorbeeld bij koffie of vis, een kantoor bij laptops en schoonmaak.

  4. 04

    Leg eisen vast in contracten

    Zet duurzaamheidseisen en de gegevens die u wilt ontvangen in uw inkoopvoorwaarden. De MVI-criteria van PIANOo zijn ook voor bedrijven een bruikbare basis.

  5. 05

    Stel samen doelen en volg ze

    Bespreek elk jaar met uw belangrijkste leveranciers wat beter kan, zoals minder verpakking of zuiniger transport. Zo groeit stap voor stap een vaste kring van duurzame leveranciers.

Liggen uw inkoop- of energiekosten als deel van de omzet hoger dan in uw branche, dan valt er vaak tegelijk te besparen en te verduurzamen. Meer onderwerpen vindt u bij duurzaam ondernemen.

Benchmark

Vergelijk uw inkoop- en kostenstructuur met uw branche


Wat is duurzaam inkopen?
Duurzaam inkopen betekent dat u bij elke aankoop naast prijs en kwaliteit ook meeweegt wat een product doet met milieu, klimaat en mensen in de keten. U kijkt naar de kosten over de hele levensduur en kiest leveranciers die zorgvuldig werken. Bij de overheid heet dit maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI).
Gelden de OESO-richtlijnen ook voor kleine bedrijven?
Ja, naar verhouding van de omvang van het bedrijf en de ernst van de risico's (bron: NCP OESO, januari 2024). Een klein bedrijf met weinig risicovolle inkoop kan met een eenvoudige aanpak volstaan. De gratis MVO Risico Checker is een goed startpunt.
Valt mijn bedrijf onder de CSDDD?
Als mkb-bedrijf niet. De CSDDD geldt alleen voor bedrijven met meer dan 5.000 werknemers en meer dan € 1,5 miljard omzet (bron: Raad van de EU, februari 2026). Wel kunt u als leverancier vragen krijgen van klanten die er wel onder vallen.
Hoeveel duurzaamheidsinformatie mag een grote klant van mij vragen?
Heeft uw bedrijf gemiddeld niet meer dan 1.000 werknemers, dan mag een klant die onder de CSRD valt voor zijn verslag vanaf boekjaar 2027 niet meer vragen dan de vrijwillige standaard op basis van de VSME (bron: EUR-Lex, februari 2026; EUR-Lex, september 2026). U mag weigeren en een eigen verklaring over uw omvang is voldoende.
Heb ik een certificaat op de CO2-Prestatieladder nodig om mee te doen aan een aanbesteding?
Nee. De Ladder is een gunningscriterium en geen toelatingseis: een hogere trede levert een fictieve korting op uw inschrijfprijs op (bron: SKAO, mei 2026). U hoeft het certificaat niet vooraf te hebben, maar toont na gunning aan dat u het beloofde niveau haalt.