CO2-voetafdruk van uw bedrijf berekenen

Met uw facturen en de officiële emissiefactoren weet u snel waar uw uitstoot zit en waar u kunt besparen.

In dit onderwerp: Duurzaam ondernemen 11

Uw uitstoot staat al in uw administratie

De CO2-voetafdruk van uw bedrijf berekenen is minder werk dan veel ondernemers denken. Met uw energienota's, het tankpasoverzicht en de officiële Nederlandse emissiefactoren ziet u snel waar uw uitstoot zit. En waar uitstoot zit, zitten ook kosten die u kunt verlagen.

Waarom de CO2-voetafdruk van uw bedrijf berekenen?

Elke kubieke meter gas en elke liter diesel staat op een factuur. Wie zijn uitstoot in kaart brengt, ziet dus ook waar het geld naartoe gaat. Een voetafdruk levert meer op dan een getal:

  • U vindt besparingen. Een transportbedrijf ziet zwart op wit welk deel van de uitstoot uit de bestelbussen komt, een restaurant hoeveel de keuken en de koeling wegen.
  • U beantwoordt vragen van klanten en bank. Grote bedrijven zoals ASML, Action en Ahold vragen hun leveranciers om emissiedata (bron: Rabobank, september 2026).
  • U maakt kans bij aanbestedingen, bijvoorbeeld met de CO2-Prestatieladder.
  • U heeft een eerlijke basis voor wat u over uw duurzaamheid vertelt.

Scope 1, 2 en 3: wat telt mee?

Het Greenhouse Gas Protocol (GHG Protocol) is de internationale standaard voor het tellen van broeikasgassen. Het deelt de uitstoot van een bedrijf in drie scopes in (bron: GHG Protocol, 2011). Ook de CO2-Prestatieladder en de vrijwillige mkb-standaard VSME werken met die indeling.

Scope 1: eigen bronnen

Uitstoot uit bronnen die u zelf bezit of beheert. Denk aan de cv-ketel en de gasoven van een bakkerij, de diesel in de bestelbussen van een installateur of koudemiddel dat weglekt uit de koelcel van een restaurant.

Scope 2: ingekochte energie

Uitstoot bij de opwekking van stroom, stoom, warmte en koeling die u inkoopt. Voor een kantoor is dat vooral de stroom voor verlichting, computers en airco, en eventueel stadswarmte.

Scope 3: de keten

Alle overige indirecte uitstoot, bij leveranciers en afnemers. Het meel en de boter van de bakker, de pakketbezorging van een webshop, het woon-werkverkeer van uw personeel en de verwerking van uw afval.

Scope 1 en 2 zijn verplicht in een rapportage volgens het GHG Protocol. Voor scope 3 kiest u de categorieën die bij uw bedrijf horen; wat u weglaat, meldt en onderbouwt u (bron: GHG Protocol, 2011).

De vijftien categorieën van scope 3

Upstream: inkoop en eigen bedrijfsvoering Downstream: na de verkoop
1. Ingekochte goederen en diensten 9. Transport en distributie van verkochte producten
2. Kapitaalgoederen 10. Verwerking van verkochte producten
3. Brandstof- en energiegerelateerde activiteiten 11. Gebruik van verkochte producten
4. Transport en distributie naar u toe 12. Afvalverwerking van verkochte producten
5. Afval uit uw bedrijfsvoering 13. Geleasede activa die u verhuurt
6. Zakenreizen 14. Franchises
7. Woon-werkverkeer 15. Investeringen
8. Geleasede activa die u huurt

Indeling volgens de scope 3-standaard van het GHG Protocol (bron: GHG Protocol, 2011).

U hoeft niet alles tegelijk te doen. Een adviesbureau kan beginnen met zakenreizen en woon-werkverkeer, een bakkerij met ingekochte grondstoffen en een webshop met de bezorging.

Zo rekent u uw CO2-uitstoot uit

De rekenregel is eenvoudig: verbruik maal emissiefactor is uitstoot. Een emissiefactor geeft aan hoeveel kilo CO2-equivalent (CO2-eq) vrijkomt per eenheid brandstof of energie. CO2-eq betekent dat ook andere broeikasgassen, zoals methaan, zijn omgerekend naar het effect van CO2.

In Nederland gebruikt u de lijst van CO2emissiefactoren.nl, opgezet door onder meer Milieu Centraal, SKAO en de Rijksoverheid en beheerd door Rijkswaterstaat en Stimular (bron: CO2emissiefactoren.nl, oktober 2026). Een panel van experts werkt de factoren elk jaar bij.

Emissiefactoren voor gas en brandstof

Brandstof Eenheid Well-to-wheel (kg CO2-eq) Tank-to-wheel (kg CO2-eq)
Aardgas Nm3 (normaal kubieke meter) 2,134 1,779
Diesel (B7) liter 3,251 2,462
Benzine (E10) liter 2,794 2,139

Factoren voor 2026; de well-to-wheel-factor voor aardgas was in 2025 nog 2,079 (bron: CO2emissiefactoren.nl, oktober 2026).

Well-to-wheel telt de hele keten mee, van winning en transport van de brandstof tot de verbranding. Tank-to-wheel telt alleen de verbranding zelf. De verbranding hoort in scope 1, het deel daarvoor in scope 3. Kies een methode en houd die elk jaar aan, dan blijven uw cijfers vergelijkbaar.

Rekenvoorbeeld: installatiebedrijf met vijf bestelbussen

Post Verbruik per jaar Factor (well-to-wheel) Uitstoot
Aardgas werkplaats en kantoor 5.000 Nm3 2,134 10.670 kg
Diesel bestelbussen 12.000 liter 3,251 39.012 kg
Benzine personenauto 1.500 liter 2,794 4.191 kg
Stroom 20.000 kWh Volgens uw contract Zie hieronder
Totaal zonder stroom 53.873 kg, ca. 53,9 ton

Fictief voorbeeld van Firmfocus met de well-to-wheel-factoren voor 2026 (bron: CO2emissiefactoren.nl, oktober 2026).

In dit voorbeeld komt verreweg de meeste uitstoot uit de bestelbussen. Daar ligt dus ook de grootste winst: zuiniger rijden, slimmer plannen of op termijn elektrisch.

Hoe telt u stroom mee?

Bij stroom hangt de factor af van uw contract. Koopt u groene stroom met Nederlandse garanties van oorsprong (GvO's), dan gebruikt u de factor van de bron waaruit de stroom is opgewekt, zoals wind of zon; voor stroom met buitenlandse GvO's rekent de CO2-Prestatieladder met de factor voor grijze stroom (bron: CO2emissiefactoren.nl, oktober 2026). Weet u niet waar uw stroom vandaan komt, vraag het dan na bij uw leverancier.

Wie volgens het GHG Protocol rapporteert, kent voor stroom twee methoden. Location-based rekent met de gemiddelde uitstoot van het stroomnet. Market-based rekent met wat u contractueel inkoopt, zoals GvO's, een stroomafnamecontract (PPA) of de factor van uw leverancier, en anders met de restmix. Heeft u zulke contracten, dan rapporteert u beide (bron: GHG Protocol, 2015). Voor 2027 wordt een herziening van dit deel verwacht; het voorstel is om groene stroom per uur aan het verbruik te koppelen (bron: GHG Protocol, oktober 2025).

Uw eerste voetafdruk in zes stappen

SKAO, de beheerder van de CO2-Prestatieladder, beschrijft in een praktische gids hoe u tot een eerste voetafdruk komt (bron: SKAO, december 2024). Samengevat:

  1. 01

    Bepaal de organisatiegrens

    Welke vestigingen, voertuigen en dochters tellen mee? Het GHG Protocol kent drie benaderingen: naar aandelenbelang, naar financiële zeggenschap of naar operationele zeggenschap. Kies er een en houd die vast.

  2. 02

    Verzamel uw verbruik

    Haal de cijfers uit energienota's, meterstanden, tankpasoverzichten en de kilometerregistratie, over een volledig jaar.

  3. 03

    Reken om

    Vermenigvuldig elk verbruik met de emissiefactor uit de officiële lijst voor hetzelfde jaar.

  4. 04

    Kies een basisjaar

    Het eerste volledige jaar wordt uw vertrekpunt. Daarmee vergelijkt u elk volgend jaar.

  5. 05

    Stel doelen

    Druk doelen ook uit per fte, per euro omzet of per eenheid product. Zo telt groei van uw bedrijf niet als achteruitgang.

  6. 06

    Vertel wat u doet

    Deel met klanten, personeel en bank wat u meet en wat u verbetert, concreet en controleerbaar. Let daarbij op de regels voor duurzaamheidsclaims.

Tip

Gebruikt een vestiging 50.000 kWh stroom of 25.000 m3 aardgasequivalent per jaar of meer, dan geldt de energiebesparingsplicht (bron: IPLO, oktober 2026). Uw verbruik heeft u dan al in beeld, en dat is meteen de basis voor uw voetafdruk. Lees meer over de energiebesparingsplicht.

Liever niet zelf rekenen in een spreadsheet? KVK wijst op rekenhulpen zoals de Milieubarometer. Gaat u daarna investeren in maatregelen die uitstoot verlagen, kijk dan naar fiscale regelingen zoals de EIA en MIA en de andere subsidies voor verduurzaming.

CO2-Prestatieladder: voordeel bij aanbestedingen

Met de CO2-Prestatieladder van SKAO laat een bedrijf zien dat het zijn uitstoot kent en verlaagt. Meer dan 8.000 organisaties zijn gecertificeerd en meer dan 300 aanbestedende diensten werken met de Ladder (bron: SKAO, oktober 2026).

Een aanbesteder gebruikt de Ladder als gunningscriterium, niet als eis vooraf. Hoe hoger uw trede, hoe groter de fictieve korting op uw inschrijfprijs; SKAO noemt als voorbeeld 5%, 10% en 15% (bron: SKAO, mei 2026). Een certificaat bij inschrijving is niet nodig, maar na gunning toont u het niveau wel aan.

De treden van de vernieuwde Ladder

Trede Wat u laat zien
Trede 1 Uw eigen uitstoot in scope 1 en 2
Trede 2 De keten: het deel van scope 3 met de meeste impact
Trede 3 De route naar nul uitstoot in 2050

Versie 4.0 van de CO2-Prestatieladder, handboek van 14 januari 2025 (bron: SKAO, augustus 2025).

Let op

Heeft u nog een certificaat volgens versie 3.1? Audits volgens die versie kunnen tot 14 januari 2027 en de certificaten blijven uiterlijk tot januari 2028 geldig (bron: SKAO, januari 2025). Aanbestedingen volgens versie 3.1 zijn vanaf januari 2027 niet meer mogelijk (bron: SKAO, mei 2026).

Een keer meten, vaker gebruiken

Een goede voetafdruk beantwoordt meerdere vragen tegelijk. In de VSME, de vrijwillige standaard waarmee mkb-bedrijven vragen van klanten en banken beantwoorden, gaat onderdeel B3 over energie en broeikasgassen (bron: EFRAG, april 2025). Met uw verbruik en uw uitstoot in scope 1 en 2 vult u dat onderdeel grotendeels in. Meer over de VSME en wat grote klanten u mogen vragen, leest u bij CSRD en VSME.

Werkgevers met 100 of meer werknemers rapporteren elk jaar uiterlijk 30 juni aan RVO hoeveel kilometers hun personeel zakelijk en woon-werk aflegt, per vervoermiddel en brandstof; het formulier rekent de CO2-uitstoot zelf uit (bron: RVO, juni 2026). Het kabinet wil die grens verhogen naar 250 werknemers, maar dat besluit is nog niet definitief (bron: RVO, juni 2026). Dezelfde kilometers gebruikt u voor uw voetafdruk: auto's van de zaak in scope 1, woon-werkverkeer in scope 3. Meer over de WPM-rapportage en schonere ritten leest u bij duurzame mobiliteit.

Uw voetafdruk laat zien waar uw energie- en brandstofkosten zitten. Of die hoog of laag zijn voor uw branche, ziet u pas als u ze vergelijkt.

Benchmark

Vergelijk uw kosten en winst met die van uw branche


Wat is de CO2-voetafdruk van een bedrijf?
De totale uitstoot van broeikasgassen door uw bedrijf in een jaar, uitgedrukt in kilo of ton CO2-equivalent. U berekent hem door uw verbruik van gas, brandstof en stroom te vermenigvuldigen met een emissiefactor. Wie verder gaat, telt ook de uitstoot in de keten mee.
Wat is het verschil tussen scope 1, 2 en 3?
Scope 1 is uitstoot uit eigen bronnen, zoals uw cv-ketel en bedrijfsbussen. Scope 2 is uitstoot bij de opwekking van stroom, warmte of koeling die u inkoopt. Scope 3 is alle overige uitstoot in de keten, van ingekochte producten tot woon-werkverkeer.
Waar vind ik de officiële emissiefactoren?
Op CO2emissiefactoren.nl, de lijst die Rijkswaterstaat en Stimular beheren en die elk jaar wordt bijgewerkt (bron: CO2emissiefactoren.nl, oktober 2026). Gebruik de factoren van hetzelfde jaar als uw verbruiksgegevens.
Moet ik als mkb-bedrijf mijn CO2-uitstoot berekenen?
Voor de meeste mkb-bedrijven is het geen wettelijke plicht. Wel vragen grote klanten, banken en aanbesteders er vaker naar, en werkgevers met 100 of meer werknemers rapporteren hun zakelijke en woon-werkkilometers aan RVO (bron: RVO, juni 2026). Met een eigen berekening beantwoordt u die vragen snel.
Hoe reken ik groene stroom mee?
Dat hangt af van uw contract. Met Nederlandse garanties van oorsprong gebruikt u de factor van de bron waaruit de stroom komt; bij buitenlandse garanties van oorsprong rekent de CO2-Prestatieladder met de factor voor grijze stroom (bron: CO2emissiefactoren.nl, oktober 2026).

Firmfocus jaarlidmaatschap voordelen

Maak gebruik van onze ondernemerstools en de laatste branche-informatie

Verkrijg direct toegang tot alle stappen, downloads en tools voor ondernemers.

Verkrijg direct toegang