Markt en ontwikkeling van de branche niet-universitair hoger onderwijs
Kies een weergave. Het aantal bedrijven in dit blok gaat over de branche niet-universitair hoger onderwijs zelf.
Aantal bedrijven
Het aantal bedrijven in de branche niet-universitair hoger onderwijs groeide van 225 in 2007 naar 305 in het 3e kwartaal van 2026 (bron: CBS, 3e kwartaal 2026).
Groei vergeleken met de branche tertiair onderwijs
Tussen 2007 en 2026 groeide het aantal bedrijven in de branche niet-universitair hoger onderwijs met 35,6%, tegenover een groei van 81,8% in de branche tertiair onderwijs (bron: CBS, 3e kwartaal 2026).
- Niet-universitair hoger onderwijs
- Tertiair onderwijs (SBI 85.4)
Niet-universitair hoger onderwijs binnen tertiair onderwijs
In het 3e kwartaal van 2026 was de branche niet-universitair hoger onderwijs met 305 bedrijven de grootste binnen de branche tertiair onderwijs (SBI 85.4), goed voor 50,8% van alle 600 bedrijven (bron: CBS, 3e kwartaal 2026).
- Gemiddelde
- 248
- Hoogste
- 3052026
- Laagste
- 1202017
- Laatste
- 3053e kwartaal 2026
- Niet-universitair hoger onderwijs
- 135,6index 2026
- Tertiair onderwijs (SBI 85.4)
- 181,8index 2026
- Verschil
- -46,3 punt2026
- Basisjaar
- 2007= 100
- Niet-universitair hoger onderwijs
- 3053e kwartaal 2026
- Aandeel
- 50,8%van tertiair onderwijs
- Grootste verwant
- 295universitair hoger onderwijs
- tertiair onderwijs
- 600totaal 3e kwartaal 2026
- Voor leden
- Sectorrapport niet-universitair hoger onderwijsals PDF
Aantallen volgens het CBS, afgerond op vijftallen. Index: het aantal bedrijven in 2007 is 100. De vergelijkingslijn is de bovenliggende branche tertiair onderwijs (SBI 85.4). Verwante branches zijn de andere subbranches van tertiair onderwijs (SBI 85.4). Bron: CBS, bewerking Firmfocus.
Aan de slag met de branche niet-universitair hoger onderwijs
- Sectorrapport niet-universitair hoger onderwijs De marktcijfers en trends van deze pagina in één PDF. In elk lidmaatschap
- Excel-bedrijfstakdatabase Alle branches in één interactief dashboard, om zelf te analyseren. In elk lidmaatschap
- Zoek een andere branche Bekijk de cijfers van universitair hoger onderwijs of een andere branche. Gratis
Toegang tot rapporten en tools
Voor alle branches · bedragen inclusief btw · geen automatische verlenging · betalen op factuur of online
Vooruitzichten voor de branche niet-universitair hoger onderwijs
Het ondernemersvertrouwen in Nederland stond in het 3e kwartaal van 2026 op -5,3 (bron: CBS, oktober 2026).
Ondernemersvertrouwen
Saldo van optimistische en pessimistische ondernemers en consumenten
- Ondernemersvertrouwen Nederland, per kwartaal
- Consumentenvertrouwen Nederland
Wat speelt er in de branche niet-universitair hoger onderwijs
De hbo-markt verschuift van jongeren naar werkenden. Door de krimp van het aantal jongeren en de daling van internationale studenten moeten hogescholen hun voltijdaanbod afslanken, terwijl omscholing en zij-instroom de vraag van werkenden naar deeltijd, associate degrees en korte modules aanjagen. Het STAP-budget is per 2024 gestopt, maar de LLO-katalysator uit het Groeifonds steekt € 392 miljoen in leven lang ontwikkelen (bron: NRTO, september 2025). Hogescholen die modulair werken en microcredentials (erkende certificaten per afgeronde module) uitgeven, kunnen daarvan profiteren.
Financieel wordt het beeld na 2026 iets gunstiger. ING Research verwacht voor het onderwijs als geheel stabilisatie in 2026 en gematigde groei in 2027, nu het kabinet bezuinigingen vanaf 2027 terugdraait (bron: ING Research, september 2026). De arbeidsmarkt blijft om hbo'ers vragen in zorg, onderwijs, techniek en ICT. AI verandert de beroepen waarvoor hogescholen opleiden en de manier waarop zij toetsen. Als werkgever haalt u het meest uit een hogeschool via stages, afstudeeropdrachten, een lectoraat of een maatwerktraject voor uw medewerkers.
Omschrijving en trends: Firmfocus, op basis van onderzoek van ABN AMRO, ING Research en Rabobank (oktober 2026).
Achtergrond bij de branche niet-universitair hoger onderwijs
Over de branche
Een hogeschool verdient vooral aan studenten: de rijksbijdrage is gebaseerd op ingeschreven studenten en behaalde diploma's, aangevuld met wettelijk collegegeld. Deeltijd- en duale opleidingen, contractonderwijs voor werkgevers en praktijkgericht onderzoek via lectoraten vormen aanvullende inkomstenbronnen. Naast de bekostigde hogescholen werken private aanbieders met geaccrediteerde bachelor- en masteropleidingen, vaak in deeltijd of online, waarvoor de student of de werkgever het volledige tarief betaalt. Elke opleiding heeft een NVAO-accreditatie nodig. De markt is regionaal georganiseerd: grote hogescholen bedienen hun regio met een breed aanbod, kleinere instellingen richten zich op een domein zoals kunst, landbouw of hotelmanagement.
Personeel en huisvesting zijn de grootste kostenposten. Een hogeschool stuurt op de instroom per opleiding, het studiesucces in het eerste jaar, de uitval, de bezettingsgraad van gebouwen en de opbrengst uit contractonderwijs. Opleidingen met weinig studenten drukken op de exploitatie en worden bij krimp als eerste herzien. Wat een hogeschool onderscheidt, zijn nauwe banden met het regionale bedrijfsleven, praktijkopdrachten voor studenten en een aanbod voor werkenden. Bent u private aanbieder, dan zit uw concurrentiekracht in flexibiliteit: instroom op meerdere momenten per jaar, online onderwijs en erkenning van eerder verworven competenties.
Producten en diensten
Plaats in de SBI
-
Onderwijs
P
-
Onderwijs
85
-
Tertiair onderwijs
85.4
- Niet-universitair hoger onderwijs 85.41
-
Tertiair onderwijs
85.4
-
Onderwijs
85
Bronnen en definities
- Bron
-
CBS (aantal bedrijven, ondernemersvertrouwen, consumentenvertrouwen en vacatures), bewerkt door Firmfocus.
- Branche
-
SBI 85.41, Niet-universitair hoger onderwijs. Onderdeel van tertiair onderwijs (SBI 85.4).
- Financiële cijfers
-
Het CBS publiceert geen kostenstructuur of winstcijfers voor de branche niet-universitair hoger onderwijs, en ook niet voor tertiair onderwijs (SBI 85.4), onderwijs (SBI 85) en onderwijs (SBI P). Daarom staan die niet op deze pagina.
- Aantal bedrijven
-
Per jaar tonen wij de telling van het laatste beschikbare kwartaal; voor het lopende jaar is dat een tussenstand. Aantallen zijn afgerond op vijftallen.
- Bron: CBS
- Niveau: niet-universitair hoger onderwijs
- Periode: 2007 tot en met 3e kwartaal 2026
- Ondernemersvertrouwen
-
CBS, Conjunctuurenquête Nederland: het saldo van het percentage optimistische en pessimistische ondernemers. De hoofdlijn gaat over Nederland, alle sectoren.
- Bron: CBS
- Niveau: Nederland
- Periode: 4e kwartaal 2016 tot en met 3e kwartaal 2026, per kwartaal
- Bijgewerkt: oktober 2026
- Consumentenvertrouwen
-
CBS, Consumentenconjunctuuronderzoek: het gemiddelde saldo van positieve en negatieve oordelen van consumenten over de economie en hun eigen financiële situatie, voor heel Nederland.
- Bron: CBS
- Niveau: Nederland
- Periode: oktober 2016 tot en met september 2026, per maand
- Bijgewerkt: oktober 2026
- Vacatures
-
Openstaande vacatures in de branche onderwijs (SBI P), per kwartaal.
- Bron: CBS
- Niveau: onderwijs (SBI P)
- Periode: 1e kwartaal 2011 tot en met 2e kwartaal 2026, per kwartaal
- Omschrijving en trends
-
Wij schrijven de omschrijving en de trends op basis van onderzoek van ABN AMRO, ING Research en Rabobank. Laatst herzien in oktober 2026.
- Actualiteit
-
Laatst bijgewerkt in oktober 2026.
Gebruik in uw rapportage
Neemt u de cijfers over in een analyse, advies of financieringsaanvraag? Vermeld dan deze bron.
Firmfocus, Branchecijfers niet-universitair hoger onderwijs (SBI 85.41). Op basis van CBS, bewerking Firmfocus, oktober 2026. www.firmfocus.biz/NL/BI/branche/niet-universitair-hoger-onderwijs-8541
Veelgestelde vragen over de branche niet-universitair hoger onderwijs
Korte antwoorden op basis van de cijfers op deze pagina.