BCG-matrix en GE-McKinsey-matrix: uw portfolio in kaart en de middelen goed verdeeld

Welke onderdelen geld opleveren, welke geld vragen en hoe u de investeringen daarop afstemt, voor een groep en voor een MKB-bedrijf.

In dit onderwerp: Strategische keuzes 9

Waar komt het geld vandaan, en waar gaat het heen?

Een portfolioanalyse laat zien welke onderdelen van uw bedrijf geld opleveren en welke geld vragen. Met de BCG-matrix, de negenvaksmatrix van GE en McKinsey en een MKB-variant.

Bruce Henderson noemde ze geen dogs, zoals de meeste leerboeken nu doen, maar pets: huisdieren. Producten met een klein marktaandeel in een markt die nauwelijks groeit. De naam is raak gekozen. Een huisdier doet u niet zomaar weg, ook niet als het meer kost dan het oplevert. Bijna elk bedrijf heeft er een paar: de productlijn waarmee de oprichter begon, de klantgroep die al twintig jaar meegaat.

Een portfolioanalyse maakt die gehechtheid zichtbaar. U zet alle onderdelen naast elkaar en vraagt per onderdeel: levert het geld op of kost het geld, en verdient het daarom meer of minder middelen?

De BCG-matrix: groei tegen marktaandeel

De groei-aandeelmatrix was volgens BCG zelf teamwerk. Alan Zakon, later topman van het bureau, schetste de eerste versie; Bruce Henderson maakte het idee in 1970 bekend in het essay The Product Portfolio. Hij bouwde op twee waarnemingen. Marge en kasstroom hangen af van marktaandeel. En groei vraagt geld, omdat een groeiend product extra voorraad, capaciteit en mensen nodig heeft.

Zet de marktgroei op de verticale as en het relatieve marktaandeel op de horizontale, en elk onderdeel valt in een van vier vakken. Het relatieve marktaandeel is uw aandeel gedeeld door dat van de grootste concurrent; boven de één bent u marktleider.

KwadrantPositieKasstroomWat u doet
Star (ster)Hoog aandeel, hoge groeiRond evenwichtInvesteren om het aandeel te houden. Groeit de markt rustiger, dan wordt de ster een cash cow.
Cash cow (melkkoe)Hoog aandeel, lage groeiRuim positiefEfficiënt houden en het overschot inzetten voor sterren en kansrijke vraagtekens.
Question mark (vraagteken)Laag aandeel, hoge groeiNegatiefKiezen: fors investeren om leider te worden, of afbouwen. Halfslachtig investeren is de duurste optie.
Pet (huisdier)Laag aandeel, lage groeiRond nul, vaak een geldvalUitmelken, terugbrengen tot een winstgevende niche of verkopen.

Volgens Henderson kan alleen een gediversifieerd bedrijf met een evenwichtige portfolio zijn sterktes werkelijk benutten om groeikansen te grijpen: de cash cows van vandaag betalen de vraagtekens die de sterren van morgen moeten worden.

De negenvaksmatrix van GE en McKinsey

De BCG-matrix meet aantrekkelijkheid met één getal (groei) en kracht met één getal (aandeel). Helder, maar grof. Begin jaren zeventig ontstond daarom het negenvaksmodel van GE en McKinsey, met bredere assen: de aantrekkelijkheid van de bedrijfstak (groei, winstgevendheid, hevigheid van de concurrentie; het vijfkrachtenmodel helpt) en de concurrentiekracht van het onderdeel (aandeel, kostenpositie, klantrelaties, vakmensen). Elke as scoort hoog, midden of laag.

De logica volgt de diagonaal. Boven de diagonaal, aantrekkelijk en sterk, investeert u en groeit u. Op de diagonaal investeert u selectief. Daaronder liggen verkopen, liquideren of puur sturen op kasstroom voor de hand. McKinsey benadrukt zelf dat de matrix het oordeel niet vervangt.

Zo brengt u een portfolio in kaart

  1. 01

    Knip het bedrijf op in eenheden

    Een eenheid heeft eigen klanten, eigen concurrenten en een eigen strategie: een business unit of een productmarktcombinatie.

  2. 02

    Baken de markt af

    Wie de markt klein genoeg maakt, is overal marktleider. Leg de definitie vast met de markt- en klantanalyse en gebruik dezelfde logica voor alle eenheden.

  3. 03

    Meet en teken

    Elke eenheid wordt een cirkel met de omzet als grootte. Teken er een pijl bij: waar staat ze over drie jaar als u niets verandert?

  4. 04

    Leg kasstroom en rendement ernaast

    Een cash cow die in werkelijkheid geld kost, verdient een eigen gesprek. Zie de financiële analyse.

  5. 05

    Geef elke eenheid een rol en een budget

    Bouwen, houden, oogsten of afstoten. Pas als die rol terugkomt in investeringen en bezetting, is de analyse af.

Uitgewerkt voorbeeld: een technische groep met vier units

Een familiebedrijf in de installatietechniek stelt zijn meerjarenplan op. Er is jaarlijks € 14 miljoen te investeren, en tot nu toe kreeg elke unit ongeveer wat ze vorig jaar kreeg.

UnitOmzetMarktgroeiRel. aandeelKwadrant
Service en onderhoud€ 110 mln2%1,8Cash cow
Warmtepompen€ 70 mln12%1,2Star
Laadinfrastructuur€ 25 mln18%0,3Question mark
Nieuwbouw woningen€ 45 mln1%0,6Pet

Fictief voorbeeld van Firmfocus. Marktgroei: verwachte jaarlijkse groei van de relevante markt.

De BCG-matrix lijkt de keuzes te dicteren: service melken, warmtepompen versterken, nieuwbouw afbouwen. De negenvaksmatrix nuanceert dat, en de directie vertaalt de uitkomst direct in het budget.

UnitBrancheKrachtBudgetRol
Service en onderhoudMidden: terugkerende omzet, goede margesHoog€ 3,0 naar 3,5 mlnBoven de diagonaal: houden en moderniseren
WarmtepompenHoogMidden: te weinig monteurs€ 4,0 naar 6,0 mlnBoven de diagonaal: bouwen, met zelf opleiden
LaadinfrastructuurHoogLaag€ 2,5 naar 3,0 mlnOp de diagonaal: binnen een jaar beslissen
Nieuwbouw woningenLaag: lage margesMidden€ 4,5 naar 1,5 mlnOnder de diagonaal: oogsten

Fictief voorbeeld van Firmfocus. Branche: aantrekkelijkheid van de bedrijfstak. Kracht: concurrentiekracht van de unit. Budget: jaarlijkse investeringen, vorig jaar en nieuw.

Het verschil zit bij service: de markt is aantrekkelijker dan de lage groei doet vermoeden, en wie hier te weinig investeert, verliest de contracten die de groep stabiel houden. Ruim een vijfde van het budget verschuift, vooral weg uit nieuwbouw: de unit met de langste geschiedenis, het huisdier van deze groep. Laadinfrastructuur krijgt twaalf maanden om een partner of overnamekandidaat te vinden; lukt dat niet, dan volgt afbouw. Groot worden of stoppen: dat is de keuze bij een vraagteken.

Van matrix naar middelen

Een portfolioanalyse die niet tot andere budgetten leidt, is een poster aan de muur. Bij een derde van de bedrijfsonderdelen van ruim 1.600 Amerikaanse beursbedrijven was het kapitaal in een jaar vrijwel gelijk aan dat van het jaar ervoor (bron: McKinsey, maart 2012). Het derde van de bedrijven dat het meest herverdeelde, haalde gemiddeld een 30% hoger jaarlijks aandeelhoudersrendement dan het onderste derde (bron: McKinsey, maart 2012). Een latere enquête toont hetzelfde patroon: een derde van de bedrijven herverdeelt jaarlijks slechts 1% van het kapitaal, gemiddeld is het 8% (bron: McKinsey, augustus 2016).

  • Drempels vooraf: leg in het planningsproces vast bij welke groei, marge of positie een eenheid van rol wisselt, zoals McKinsey aanraadt. Dan is herverdelen een afspraak en geen gevecht.
  • Begin bij de rol: laat elke unit budget en bezetting onderbouwen vanuit haar rol in de portfolio, niet vanuit vorig jaar. De beste managers horen bij de sterren en vraagtekens.
  • Apart geld voor vraagtekens: een klein budget voor proeven, los van de lopende begroting.

Wat BCG er zelf nu van zegt

BCG keek in 2014 kritisch naar zijn eigen klassieker. De matrix blijft volgens het bureau relevant, maar marktaandeel voorspelt duurzame prestaties niet meer direct. Bedrijven schuiven ook sneller door de vakken: in 75% van de sectoren halveerde de gemiddelde tijd in een kwadrant, van vier jaar in 1992 naar minder dan twee jaar in 2012 (bron: BCG, juni 2014). Het aandeel van cash cows in de totale winst lag in 2012 25% lager dan in 1982 (bron: BCG, juni 2014). Meer experimenteren betekent meer mislukkingen: het aantal pets steeg in dertig jaar met bijna 50% (bron: BCG, juni 2014). Het onderzoek betreft Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven.

BCG concludeert dat de matrix sneller moet worden toegepast, met meer strategisch experimenteren, en dat de horizontale as een nieuwe maatstaf voor concurrentiekracht nodig heeft. In de praktijk werken marge ten opzichte van de branche en klantbehoud goed.

Wat beide matrices niet zien

Ze behandelen elke eenheid los en zien niet dat een unit klanten aanbrengt voor een andere of dat een pet onmisbaar is voor een grote klant. Leg die verbanden naast het beeld voordat u afstoot.

MKB-variant: productgroepen op marge en groei

Een MKB-bedrijf kent zijn marktaandeel meestal niet. De logica werkt toch, met assen uit de eigen administratie: de omzetgroei per productgroep of klantgroep, en de brutomarge (omzet min directe kosten van inkoop en materiaal, als percentage van de omzet). De marge neemt de plaats in van het marktaandeel. Als referentielijn dient het branchegemiddelde: loodgieters- en installatiebedrijven haalden over 2024 gemiddeld een brutomarge van 51,4% (bron: Firmfocus, oktober 2026), zie de branchepagina.

ProductgroepOmzetGroeiMargeKwadrant
Onderhoudscontracten€ 1,1 mln3%62%Melkkoe
Storingsdienst€ 0,4 mln12%58%Ster
Warmtepompen€ 1,4 mln25%41%Vraagteken
Badkamerrenovatie€ 0,9 mln-4%36%Huisdier

Fictief voorbeeld van Firmfocus: een installatiebedrijf met 35 medewerkers. Marge: brutomarge per productgroep.

De onderhoudscontracten dragen het bedrijf; verlengen en jaarlijks indexeren hebben voorrang. Warmtepompen groeien hard maar verdienen onder de branche, dus standaardpakketten en een vaste ploeg moeten de marge omhoog brengen. Elke warmtepomp levert bovendien een onderhoudscontract op, een verband dat de matrix niet toont. Badkamerrenovatie krimpt en kost veel uren van de eigenaar; die gaat terug naar alleen bestaande klanten. Per klantgroep werkt het ook, als u de uren meerekent die een klantgroep werkelijk kost. De winst- en kostenbenchmark laat zien waar uw kosten afwijken van de branche.

MKB en grootbedrijf

MKB

Gebruik de variant met marge en groei, eens per jaar bij de jaarcijfers, en vraag uw accountant om omzet en directe kosten per productgroep te splitsen. De analyse is zelden het probleem, het loslaten wel. Spreek af wat er stopt en waar de vrijgekomen tijd van de eigenaar heen gaat.

Grootbedrijf

Maak het beeld per business unit en daarbinnen per productmarktcombinatie: de BCG-matrix voor de eerste schets, de negenvaksmatrix voor het besluit. Koppel de uitkomst aan vaste momenten in de planningscyclus en vraag ook of het moederbedrijf meer toevoegt dan het kost.

Verder: concurrentiestrategie voor een ster, de Ansoff-groeimatrix en een scherpere waardepropositie voor een vraagteken, het Business Model Canvas voor een onderdeel dat een ander verdienmodel nodig heeft, en beoordelen en kiezen om opties af te wegen. Alle modellen staan in de pijler strategische keuzes.

Wat is het verschil tussen de BCG-matrix en de GE-McKinsey-matrix?
De BCG-matrix gebruikt marktgroei en relatief marktaandeel, in vier vakken. De GE-McKinsey-matrix werkt met samengestelde scores voor branche-aantrekkelijkheid en concurrentiekracht, in negen vakken: rijker, maar gevoeliger voor de keuze en weging van factoren.
Wat doet u met een cash cow?
Houd hem efficiënt, investeer wat nodig is om de positie te behouden en zet het overschot in voor sterren en kansrijke vraagtekens. Toets wel of terugkerende omzet de markt aantrekkelijker maakt dan de lage groei doet vermoeden.
Is de BCG-matrix nog bruikbaar?
Ja, als eerste ordening. BCG stelt zelf dat bedrijven sneller door de kwadranten bewegen en dat marktaandeel minder voorspelt dan vroeger. Herzie het beeld daarom vaker en gebruik een tweede maatstaf voor kracht.
Kan een klein bedrijf een portfolioanalyse maken?
Zeker. Zet uw productgroepen of klantgroepen uit op omzetgroei en brutomarge, met het branchegemiddelde als referentie.
Branchecijfers

Leg de marges van uw productgroepen naast die van uw branche


Firmfocus jaarlidmaatschap voordelen

Maak gebruik van onze ondernemerstools en de laatste branche-informatie

Verkrijg direct toegang tot alle stappen, downloads en tools voor ondernemers.

Verkrijg direct toegang